Van blauwe metselbij tot bruine slobkousbij en van rosse kegelbij tot geelstaartklaverzandbij, er zijn honderden wilde bijensoorten in Nederland. Het slechte nieuws is dat 55% op de Rode Lijst van bedreigde soorten staat. Het verdwijnen van soorten brengt de biodiversiteit in gevaar en is een serieuze bedreiging voor het milieu. Die zorgelijke situatie wilde ik uiteraard zichtbaar maken in het postzegelontwerp, maar ook wilde ik aangeven dat we zelf iets kunnen doen (zoals betegelde tuinen in groene tuinen met veel bloemen veranderen). De zegels aan de linkerzijde hebben een honingraatmotief als achtergrond, rechts verandert dat in een patroon dat verstedelijking illustreert. Juist die verstedelijking is een van de redenen dat bijen steeds minder voedsel vinden. De bijen links op het postzegelvel gedijen dan ook veel beter dan de bijen rechts. In een eerder ontwerp was die tegenstelling nog groter (toen was op de rechterzegel een dode bij afgebeeld en waren de bijen stilistischer getekend), maar uiteindelijk ging de voorkeur toch uit naar een hoopgevender beeld.

De bruggen in Edam en Dedemsvaart zijn rank van constructie, bepaald geen volumineuze massa’s. Daarom zijn de foto’s zwart-wit en contrastrijk gebruikt. Door het grafische karakter komt de nadruk op het constructieve aspect van de bruggen te liggen. De achtergrond is heel rustig gehouden om de ijle sfeer van lucht en water te accentueren. Door die rust worden de bruggen nog sterker ‘tekens’ in de ruimte.

Een klavertje vier (een zeldzame variant van het klaverplantje) vinden of krijgen wordt al sinds de middeleeuwen gezien als een voorbode van geluk. Daarom gebruikte ik het als motief op de postzegels die uitgegeven werden in de serie ‘da’s toch een kaart waard’. De heldere, symmetrische vorm van het klavertje vier past bij de eenvoud en directheid die ik zocht. Ik wilde een postzegel ontwerpen die niet alleen geplakt kan worden bij iets feestelijks (trouwen, jarig, baby) maar ook om iemand succes of sterkte te wensen.