‘Wel geld uitgeven voor zoiets stompzinnigs als de P.C. Hooft-prijs en het huis waar Ter Braak geboren is laten ze áfbreken!’ (Jan Breugelman in J.J. Voskuil, Requiem voor een vriend.)

Op een onderbreking van twee jaar na wordt de P.C. Hooft-prijs sinds 1947 jaarlijks uitgereikt. De eerste onderbreking werd veroorzaakt door de weigering van de toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Elco Brinkman de prijs aan Hugo Brandt Corstius uit te reiken omdat die zich ‘ongepast had uitgelaten over prominente politici’. Het andere incident vond plaats in 1998 toen Jan Wolkers de P.C. Hooft-prijs weigerde omdat Marten Toonder nog nooit een grote literatuurprijs had gekregen (en ook omdat hij vond dat hij al eerder prijzen zou hebben verdiend).
Gelukkig vond Breugelmans idee over de stompzinnigheid van de P.C. Hooft-prijs geen weerklank en kwam de prijs er niet door in gevaar. Sinds 1998 is er jaarlijks een P.C. Hooft-prijs uitgereikt, dit jaar aan Bas Heijne, driejaarlijks een Theo Thijssen-prijs voor jeugdliteratuur en ook driejaarlijks een Max Velthuijs-prijs voor illustratie.